Duivenkennis - Hokbezoek NL - Hokbezoek BE - Verzorging - Ogentheorie - Movitatie - Rondom het hok



Duivenkennis, een gewaagd thema

Een zeer gewaagd thema, maar overal waar ik kom selecteer ik de betere duiven uit, zowel qua prestaties als qua kweek-kwaliteit.  Zowaar ik de juiste duiven doe kruisen worden de prestaties van de nakomelingen beter en heb ik minder afval onder de duiven. Dit levert een aanzienlijke kwaliteitsverbetering op het hok op.

In het kort zal ik hier beneden u mijn bevindigen uitleggen.

Mijn leermeester

Mijn leermeester was in de jaren 70 de heer Piet de Weerdt, deze kwam in huize Jack van Hoessel te Geleen duiven keuren en koppelen. Vaak ben ik er bij geweest en heb ik vragen gesteld als " waar kijkt u naar, wat voelt u, waarom trekt u aan de bek, waarom koppelt u deze duif aan die, hoe moet ik de spieren van de duif beoordelen etc.". Hij beantwoordde altijd al mijn vragen en gaf mij de raad om naar duiven-verkopen te gaan en goede duiven aan te schaffen of in ieder geval te bekijken waarom bepaalde duiven zo super zijn. Zo gezegd zo gedaan, echter vanwege de beperke financiële mogelijkheden kon ik tientalle jaren lang geen duiven kopen. Toch heb ik deze jaren veel kennis opgedaan.


Selectie van de goede duif

Als ik een duif in de hand neem is de eerste indruk altijd de beste, zij moet evenwicht hebben, zij moet in de handen liggen, zij moet net als een vliegtuig aerodynamisch zijn. Een duif in 2 stukken valt bij mij af want zodra deze wordt ingezet op vluchten waar gewerkt moet worden vallen deze duiven terug en worden er geen prijzen gewonnen. Voor 90 procent heeft een duif uit 2 stukken een slechte keel. De duif moet breed van voren zijn en de staart moet liefst smal toelopen. Krijg ik een duif in de hand die de staartveren in elkaar heeft zitten dan heb ik te maken met een zeer goede duif. Goed opletten dus!

Verder keur ik de duif op haar verenpak, deze moet mooi dik, zacht en soepel zijn. Het liefst een korte achtervleugel dicht tegen het lijf gedrukt en een verspringende slagvleugel met een mooie 7de pen en de laatste 3 pennen moeten soepel zijn voor een goede ventilatie waar de wind direct weg kan. Heeft de duif een vettig verenwerk dan gaan mijn gedachten naar een kweekduif en dan ben ik attent. Ter controle ga ik dan over op de beoordeling van de spieren die langs het borstbeen lopen en voel ik direct of de opening naar de stuit niet te groot is en of de stuit gesloten is. De spieren moeten aanvoelen alsof je je vinger in een ballon duwt en je deze weer langzaam los laat. Als dat allemaal goed blijkt te zijn, dan neem ik mijn linkerwijsvinger en zet die tegen de neus van de duif, en kijk de duif zeker een minuut lang in de ogen om contact te maken. Zie ik een domme blik of een pientere blik? Het liefste zie ik de pupilspier groter en kleiner worden. Dan ga ik over op het keuren met een vergrootglas (die 15 x vergroot) en kijk dan naar de kweekogen en de snelheidslijnen. In de literatuur zijn deze zeer goed uitgebeeld en beschreven in "Rob Berentsen's  Ogentheorie", zie de link op deze website voor meer informatie.

Het is waar dat goede duiven altijd één ouder hebben met kweekoog en verder dat een goede duif altijd snelheidslijnen heeft in zijn ogen.

Tevens wil ik nog vermelden dat jonge duiven moeilijk te beoordelen zijn, ze moeten zeker 1 jaar of ouder zijn wil je dit betrouwbaar kunnen doen.

Mijn overtuiging

Al vanaf 1985 praktiseer ik de ogentheorie bij de duiven, ik ben vaker uitgelachen, maar toch heb ik overal de beste duiven geselecteerd m.b.v. deze theorie. Dus blijf ik deze dan ook toepassen in de toekomst.

Na vele jaren zoeken naar de kweekogen en het koppelen van goede exemplaren om vervolgens de afgeleide duif uit te proberen wil ik mijn bevindingen bekend maken aan een groter publiek. Bij mij kun je terecht voor advies, ik zoek in de goede stamduiven een duif met een kweekoog, en koppel die aan de duif met de snelheidslijnen. Dat geeft uiteindelijk het beste resultaat. Het is een gegeven dat de goede eigenschappen niet door álle jongen van een goed koppel worden georven dus je moet onder de kinderen weer opnieuw zoeken naar de kweekduif en de duif met de snelheidslijnen.

Bevestiging uit de praktijk 

Het afgelopen jaar ben ik op hokbezoek geweest bij Jef Vervoort, de broer van de overleden Floor Vervoort uit Aarschot (België). Hij heeft in zijn loopbaan 700 eerste prijzen gewonnen met zijn duiven. Bij mijn bezoek had ik het het over een liefhebber Warre Goossens uit Aarschot, waar mensen uit Limburg duiven van hadden gekocht en in Limburg gedurende 20-tal jaren alles kapot speelden. Namelijk Piet Meevissen uit Meerssen en de Gebroeders Vroomen uit Geverik. Jef Vervoort kende Warre Goossens goed en vertelde: "Ik was nog een menneke en was in het begin goed bezig, ik stelde Warre Goossens een vraag hoe ik het beste kon koppelen". Deze sprak: "luister menneke, koppel een goede duif met een andere goede duif, dat is altijd goed". Zeer nuttige woorden voor melkers die het keuren of het koppelen van duiven niet goed beheersen. Je zet als je de methode volgt namelijk duiven met een goed evenwicht en die prijzen hebben gewonnen bij elkaar en dat geeft vervolgens de grootste kans op succesvolle nakomelingen voor de duivenliefhebber.


Ten slotte

Aan ieder die dit leest dit is een advies, als u zich met de informatie die ik u heb gegeven u voordeel doet is dat uw goed recht, ik hoop dat u er in ieder geval iets van hebt opgestoken voor de toekomst.

Mijn motto is dan ook:  " LEVEN IS DOORGEVEN "     

Menno Pfeifer